Parergon

in plaats van een abstract is hier een kort uittreksel van de inhoud:

156 recensies van het laatste boek van de Morte Darthur. Door Malory ’s fictionalworld te reduceren tot een persoon-voor-persoon analogie met een real-time wereld, negeert Astell’ s benadering de mate waarin de Morte Darthur openlijk politieke kwesties behandelt—van macht, hiërarchie, loyaliteit en leiderschap—die een betekenis hebben die verder gaat dan individuele persoonlijkheden. Uiteindelijk zijn de lezingen van Astell, zoals alle hermeneutische inspanningen, een kwestie van mening. Haar boek is zelf een commentaar op haar o w n tijd, op de duizendjarige vogue voor het zoeken naar verklaringen in het gedrag van individuen in plaats van in de werking van sociale instellingen. Maar het boek is aan te bevelen voor zijn n e w kijk op een aantal bekende teksten en de herinnering dat hun auteurs moeten zijn betrokken geweest, op een bepaald niveau, met de politiek van hun hedendaagse werelden. Helen Fulton Department ofEnglish University Of Sydney Aston, Margaret and Colin Richmond, ed., Lollardy and the Gentry In the Later Middle Ages, Stroud, Sutton Publishing and N e w York, St. Martin ‘ s Press, 1997; cloth; pp. viii, 280; 6 Z / w Illustraties, 10 kaarten en tabellen; R. R. P. niet bekend. De twaalf papers hier wordt verzameld werden geschreven ter gelegenheid van de 600e verjaardag van het aanbrengen van een Lollard smaad (libellus) de deuren van Westminster Hall tijdens de Parlementaire zitting van 1395, te ‘denuncyn de lordis en de comunys van het parlement certeyn conclusionis en treuthis voor de reformaciun van holi chirche van Yngelond’ (Twaalf Conclusies, ed. Anne Hudson, Selectiesvan English Wycliffite Writings, Cambridge, 19 p. 24). Margaret Aston en Colin Richmond beweren in hun inleiding dat ‘deze gedurfde stap neerkwam op een open verklaring van de kwesties die door Wycliffe waren opgeworpen buiten de Universiteit van Oxford’ (p. 1), hoewel niet buiten de wereld van het leren: de vierde conclusie (in de Engelse versie bewaard in Roger Dymmok ‘ s weerlegging van de conclusies) citeert Wycliffe over de Eucharistie in het Latijn (selecties, p. 25). Aston en R I c h m O n d vragen bijzondere aandacht voor de parlementaire adel waarop de conclusies van 1395 betrekking hebben. Sprak de anti – Reviews 157 klerikalisme van Lollardy tot de wereldse belangen van deze groep? Anne Hudson stelt dat de zesde conclusie, betreffende de perverse Vereniging van tijdelijke en geestelijke staten die resulteert in een als-het-waren ‘hermofrodita of ambidexter’, zo gelezen zou kunnen worden (PP.41-51). In het bijzonder zou het kunnen worden gelezen als het behandelen van ‘het belang van de kleine adel, die w h O zouden kunnen, of wiens zonen zouden kunnen, de ambten vervullen die door de geestelijkheid worden ontruimd’ (p. 48). Voor zover Dymmok, een Dominicaanse Broeder, de conclusies namens de geestelijkheid weerlegt, vindt Hudson het klerikale antwoord op conclusie 6 niet overtuigend (blz.42-3). Fiona Somerset stelt dat D y m m O k graag toegankelijk zou willen zijn voor lekenlezers, maar alleen als ze, net als Chaucers monnik, ‘seyn his opinioun is good’. In feite is zijn logica echter bedrieglijk en zijn intellectuele arrogantie overdreven (PP.52-76). Niet alleen D y m m O k maar misschien, Aston en Richmond suggereren, de late veertiende-eeuwse kerk als geheel ‘onderschat de geletterde leek ‘(p. 5), het overlaten aan Lollardy om de devotionele en geestelijke bezetten, in tegenstelling tot filosofische en theologische, hoge grond. Maar, i f zo, waarom werd’ het idee dat religieuze leven was zeer m u c h de leken business ‘ niet algemeen aanvaard onder de adel tussen 1395 en de Reformatie (p. 10)? H O w M A y uitingen van orthodoxe en niet-orthodoxe adel-vroomheid worden in kaart gebracht, en welke van hun culturele praktijken ontmoedigde of bevorderde de verspreiding van Lollardy? Als de volksreligie van nature geneigd was tot orthodoxie, zoals Eamon Duffy beweert, waren de adel dan meer bereid zich af te vragen wat de kerk hen vertelde? Natuurlijk geeft dit boek geen antwoord op deze vragen, maar stelt het een schat aan n e w materiaal ter beschikking, voornamelijk van historici, juridische, religieuze en sociale, maar ook van literaire historici. Gelukkig worden ‘literaire’ Lollardy (de studie van lollardteksten) en ‘historische’ Lollardy (wat Lollardy was en w o waren Lollards) niet langer als afzonderlijke ondernemingen gezien. Geoffrey Martin herstelt stevig aan Henry…